Even voorstellen

Allersma03

Cultuurhistorie op het Groninger Hoge Land gehuisvest op een gastvrije locatie.

Gelegen in een kom van het Reitdiep, in eeuwenoud cultuurlandschap, verscholen tussen bossage en een fruitgaard vindt u de Allersmaborg. De Allersmaborg stamt uit de 15e eeuw en is prachtig
gerestaureerd. Bij het betreden van de ophaalbrug waant u zich in een andere tijd.

U vindt hier de ideale inspirerende uitgangspositie voor een geslaagde bijeenkomst, conferentie of presentatie. De Allersmaborg is uitermate geschikt voor uw trouwfeest en is een officiële trouwlocatie. Wij bieden de mogelijkheid de borg exclusief af te huren, diverse overnachtingsmogelijkheden en er is gratis parkeergelegenheid.

De borg is ook beschikbaar als vergaderlocatie met moderne faciliteiten. De mooie omgeving is zeer geschikt voor teambuilding en workshops. Hiernaast is er een bed & breakfast gevestigd op het terrein van de Allersmaborg.

Historie Allersmaborg

Gedurende ruim een eeuw is de familienaam Allersma met de Allersmaheerd verbonden. Er bestond bij de Allersma’s een grote voorkeur voor de voornamen Duurt (of Duirt) en Sirp (of Seerp). In veel gevallen zijn de Allersma’s grietman of zijlrechter en waren ze principaal collator, dat is gerechtigde tot het kerkbeheer. De laatste Duurt Allersma die de borg bewoonde had geen mannelijke erfgenaam. In een testament in 1588 vermaakte hij de Allersmaheerd aan zijn neef Sirp Elema of Elama, te aanvaarden na de dood van Duurt. In 1610 is Sirp Elema eigenaar van de Allersmaheerd. De boerderij bezit dan 104 grazen land. Verder bezat Sirp nog de Hummersmaheerd in Ezinge, groot 44 grazen en de Elemaheerd van zijn ouders in Uithuizen, groot 50 grazen. Sirp stierf in 1625. Zijn zoon Duurt Elema was toen zeven jaar oud. Uiteindelijk erfde hij de plaats. Duurt Elema was lid van de Provinciale Rekenkamer van Stad en Lande, in 1671 werd hij gedeputeerde van Stad en Lande. Verder was hij nog meermalen grietman in Ezinge en Hardeweer en bekleedde hij hoge ambten bij het Aduarder Zijlvest. Duurt Elema noemde zich Elema van Allersma. In zijn tijd is de naam Allersmaborg in zwang gekomen. Het was niet langer een deftige hofstede, maar een buitengoed met singels en lanen.

Duurt Elema van Allersma overleed in 1682 of 83. Geen van zijn acht kinderen overleefde hem. Hij had geen testament gemaakt. In 1683 erfde Dr. Reneke Busch de Allersmaborg. Busch was raadsheer en werd in 1686 burgemeester in Groningen. In 1710 erfde zijn dochter Johanna, weduwe van Johan de Marees de borg. Er hoorden toen 122 grazen land bij. Johanna stierf in 1720 waarna haar zoon Reneke Busch de Marees de borg erfde. Ook hij was raadsheer en later burgemeester van Groningen. Reneke Busch de Marees stierf in 1763. Zijn dochter Johanna de Marees van Swinderen erfde. Zij was gehuwd met Mr. Albert Hendrik van Swinderen. Na diens dood in 1802 kwam de Allersmaborg in handen van zijn zoon Mr. Reneke de Marees van Swinderen. Hij werd in 1817 jonkheer. In 1848 vererfde de borg op zijn kleinzoon Jhr. Mr. Reneke Meinard Adriaan de Marees van Swinderen. Hij was 46 jaar notaris in Ezinge en zeer geliefd in de wijde omgeving. Toen hij overleed in 1899 waren zijn twee echtgenotes en kinderen al overleden.
Gedurende vijf eeuwen was de Allersmaborg steeds door vererving van eigenaar gewisseld. Nu was er geen erfgenaam meer voor het huis. De borg werd voor het eerst buiten de familie verkocht. De bedoeling was dat het huis gesloopt zou worden. In de Groninger volksalmanak van 1901 verscheen een artikel van Mr. J.H. Feith waarin de auteur een vlammende klacht tegen de voorgenomen sloop richtte. In het grotendeels boomloze landschap van Groningen waren de zeldzame landgoederen met hun lanen en singels, grachten en tuinen zo belangrijk, dat de sloop van een dergelijk object verwerpelijk zou zijn.

Gelukkig is het niet zo ver gekomen. Voordat de slopers aan de slag konden gaan werd het huis gekocht door notaris Jan Willem Bolt. In 1913 werd het huis gekocht door H. van Veen, die ook notaris in Ezinge was. De toestand van huis en tuinen is dan niet fraai. In 1912 omschreef de beroemde historicus Johan Huizinga Allersma als ´die kommerlijke borg´. In de jaren dertig werd de borg gekocht door Olfert de Boer, een rentenierende landbouwer uit Garnwerd. Hij liet tuinen en huis weer opknappen. Gedurende de Tweede Wereldoorlog was de Allersmaborg een geliefde plek voor dagjesmensen uit Groningen. Ook kregen onderduikers er onderdak. In 1946 kwam de Allersmaborg in het bezit van de gemeente Ezinge. De borg was in de jaren vijftig een gewaardeerd toevluchtsoord voor kunstenaars, zoals de vereniging De Linetreckers onder leiding van Ploeg-schilder Johan Dijkstra. Omdat er te weinig geld voor onderhoud beschikbaar was, verviel de borg. In 1970 kocht Staatsbosbeheer het landgoed voor één gulden. In 1976-77 restaureerde Staatsbosbeheer de borg tot de staat waarin het in de 19de eeuw verkeerde. De borg werd verpacht aan de Groninger Borgen Stichting. Die verhuurde de borg aan de kunstenares Annie Vrieze die er dertig jaar woonde en werkte en regelmatig exposities organiseerde.

In 2005 kreeg de Rijksuniversiteit Groningen de Allersmaborg voor een periode van dertig jaar in erfpacht. De universiteit zorgde voor een opknapbeurt en sinds 2006 is de borg beschikbaar als plaats waar masterclasses en werkconferenties worden gehouden. In twee slaapzalen kunnen deelnemers overnachten. De borg is ook te huur voor vergaderingen, feesten en partijen en trouwplechtigheden.

Meer over de mogelijkheden